Het bandstemmen fenomeen is krap een eeuw geleden ontstaan, rond 1915, toen David Wilson via elektronische apparatuur probeerde contact te leggen met overledenen. Een echte doorbraak is echter pas ontstaan in 1957 toen de Zweed Friedrich Jurgenson zich volledig op dit fenomeen richtte nadat hij per toeval de stem van zijn overleden moeder had opgenomen. Jurgenson heeft duizenden stemmen weten op te nemen en inspireerde vele anderen tot het doen van experimenten. Een aantal bekende bandstem opnemers zijn Konstantin Raudive (die nauw met Jurgenson samenwerkte), George Hunt Williamson (die 7 jaar eerder al stemmen had opgenomen op band), Edison en nog vele anderen.
Hoewel veel experimenten hebben plaats gevonden onder het toeziende oog van wetenschappers, technici en sceptici is er nooit een hard bewijs geleverd voor het bestaan van dit fenomeen. Volgens sommige sceptici is het bandstemmen fenomeen niks meer dan een vorm van pareidolie, ofwel een psychologisch effect. Een voorbeeld van pareidolie is bijvoorbeeld het zien van gezichten in wolken.
Een voordeel voor bandstem opnemers is dat dit echter niet valt te bewijzen, net zo min als het bestaan van dit fenomeen kan worden bewezen.
De stemmen die worden opgenomen, worden ingedeeld in drie categorieën:
- A stemmen: Zeer duidelijke stemmen die over het algemeen door iedereen kunnen worden gehoord. Bewerking van de opname is niet nodig.
- B stemmen: Deze stemmen zijn iets onduidelijker en kunnen alleen door mensen met een getraind oor kunnen worden gehoord. In sommige gevallen worden de opnames bewerkt om de stemmen duidelijker te kunnen horen.
- C stemmen: Deze stemmen zijn amper te horen en eigenlijk ook niet interessant.
Er zijn verschillende soorten types van stemmen die worden opgenomen, net zoals dit met normale spraak het geval is. Er kan gesproken worden (soms zelfs meertalig), gezongen, gefluisterd, enz. In sommige gevallen geven de stemmen een concreet antwoord op een gestelde vraag maar het kan ook zijn dat er een cryptisch antwoord wordt gegeven.
Vaak wordt er gebruik gemaakt van omvorming van bestaande basis geluiden, bijvoorbeeld ruis die op de achtergrond wordt afgespeeld tijdens het opnemen. Het kan dus goed zijn dat de antwoorden die worden opgenomen op band behoorlijk in toonhoogten verschillen.
|